Drank & Drugsbeleid
Als scouts vinden wij het belangrijk om afspraken te hebben in verband met alles gerelateerd aan drank en drugs. Het drank en drugs beleid wordt jaarlijks goedgekeurd door 2/3 van de leiding. Na goedkeuring dient alle leiding zich een jaar te houden aan de gemaakte afspraken. Indien er een wijziging moet doorgevoerd worden, moet hiervoor 2/3 van de leiding akkoord zijn met de wijziging. Deze regels gelden ook voor de fourage ploegen en personen die komen assisteren of deelnemen aan bepaalde activiteiten. Hieronder wordt een korte samenvatting van dit beleid weergegeven.
Drugs worden nooit gebruikt bij het dragen van het uniform, in de omgeving van een scoutsactiviteit, op het scoutsterrein.
Voor en tijdens de vergaderingen wordt er door niemand alcohol geconsumeerd.
Op weekends en kampen krijgen Givers die de leeftijd van 16 jaar bereikt hebben de mogelijkheid tot het nuttigen van maximaal 2 alcoholische consumpties. Hiervoor dienen ze schriftelijke toestemming te hebben van hun ouders.
Op weekend of kamp drinkt niemand zich zat. Er moet ook elke avond minstens één Bob (met rijbewijs en drinkt niks van alcohol) en één Bobette (kan nog helder denken) aanwezig zijn.
Kampbeleid
Om van het kamp een fijne, veilige en aangename ervaring te maken voor alle leden en leiding, rekenen we op ieders inzet en medewerking. De leiding zet zich dagelijks in om activiteiten te organiseren, de groep te begeleiden en een positieve sfeer te creëren. Door de beperkte leidingsteams en de grote verantwoordelijkheid die een kamp met zich meebrengt, is het belangrijk dat leden zich houden aan de gemaakte afspraken en respect tonen voor elkaar, de leiding en het kampmateriaal.
We vinden het belangrijk te benadrukken dat ook de leden mee verantwoordelijk zijn voor het goede verloop van het kamp. Wanneer gedrag herhaaldelijk storend is of de werking van de groep bemoeilijkt, kan dit een impact hebben op de kampbeleving van andere leden en op de draagkracht van de leiding. Daarom hanteren we onderstaande aanpak.
In eerste instantie gaat de leiding zelf in gesprek met het betrokken lid. Daarbij wordt duidelijk uitgelegd welk gedrag niet aanvaardbaar is en welke verwachtingen er zijn.
Wanneer dit gesprek onvoldoende effect heeft, wordt de situatie besproken met de groepsleiding. De groepsleiding gaat vervolgens zelf in gesprek met het lid om de ernst van de situatie te benadrukken en samen te zoeken naar verbetering.
Blijft het gedrag nadien aanhouden, dan neemt de groepsleiding contact op met de ouders. Tijdens dit gesprek wordt concreet toegelicht welk gedrag werd vastgesteld en welke stappen reeds werden ondernomen. Daarnaast vragen we ouders om mee na te denken over een gepaste aanpak voor hun kind, zodat we samen kunnen zoeken naar oplossingen die het meeste kans op succes bieden. We geven het lid daarbij steeds de nodige tijd en kansen om zijn of haar gedrag bij te sturen.
In uitzonderlijke gevallen, wanneer het gedrag ondanks de genomen maatregelen blijft aanhouden en een goede werking van het kamp in het gedrang brengt, kan beslist worden dat een lid het kamp voortijdig moet verlaten. Een dergelijke beslissing wordt nooit licht genomen en gebeurt steeds in overleg tussen de leiding, de groepsleiding, de ouders en de districtscommissarissen (DC’s).